fbpx

51.000 euro. Dat bedrag duikt de laatste tijd regelmatig op wanneer het over de bezoldiging van bedrijfsleiders gaat.

Minimumbezoldiging bedrijfsleider stijgt naar 51.000 in 2026 Finum Accountants

Moet je jezelf als bedrijfsleider vanaf 2026 dan minstens 51.000 euro per jaar uitbetalen? Nee. Zo eenvoudig is het gelukkig niet.

De nieuwe grens is vooral belangrijk voor kleine vennootschappen die willen genieten van het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting. Of je daarom ook effectief je loon moet verhogen, is een andere vraag.

Van 45.000 naar 51.000 euro

Kleine vennootschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden genieten van een verlaagd tarief van 20% in de vennootschapsbelasting op de eerste 100.000 euro belastbare winst. Het gewone tarief bedraagt 25%.

Eén van die voorwaarden heeft betrekking op de bezoldiging van minstens één bedrijfsleider-natuurlijk persoon.

De wettelijke basisdrempel stijgt vanaf aanslagjaar 2027 van 45.000 naar 50.000 euro. Omdat het bedrag voortaan wordt geïndexeerd, komt de minimumbezoldiging voor inkomstenjaar 2026 in de praktijk uit op 51.000 euro.

Dat is een behoorlijke sprong tegenover de vroegere grens van 45.000 euro.

Is 51.000 euro een verplicht minimumloon voor een bedrijfsleider?

Je bent als bedrijfsleider niet wettelijk verplicht om jezelf jaarlijks minstens 51.000 euro uit te betalen.

Betaal je jezelf minder, dan kan dat wel gevolgen hebben voor de vennootschapsbelasting. Je vennootschap voldoet dan mogelijk niet meer aan de bezoldigingsvoorwaarde om het verlaagde tarief van 20% toe te passen.

Het verschil tussen beide tarieven bedraagt 5 procentpunten. Op de eerste 100.000 euro belastbare winst kan het verschil dus maximaal 5.000 euro bedragen. Maar dat betekent nog niet dat je automatisch je loon moet verhogen.

Je loon verhogen om belastingen te besparen? Reken eerst even

Stel dat je jezelf momenteel 45.000 euro per jaar uitbetaalt. Je zou je bezoldiging met 6.000 euro kunnen verhogen om de nieuwe grens van 51.000 euro te bereiken.

Daarmee kan je vennootschap mogelijk het verlaagde tarief behouden. Maar die extra 6.000 euro verdwijnt natuurlijk niet in een fiscale leegte. Een hogere bezoldiging betekent bij jou privé mogelijk ook meer personenbelasting en hogere sociale bijdragen.

Het voordeel dat je in de vennootschap behaalt, moet je dus afwegen tegen de bijkomende kost privé. En dan kan de conclusie soms verrassend zijn.

Voor de ene bedrijfsleider is een hoger loon interessant. Voor een andere kan het financieel voordeliger zijn om een lagere bezoldiging te behouden en het gewone tarief in de vennootschapsbelasting te aanvaarden.

Wat als je vennootschap minder dan 51.000 euro winst maakt?

Ook hier is nuance belangrijk. Wanneer de belastbare winst van je vennootschap lager ligt dan de vereiste minimumbezoldiging, moet je jezelf uiteraard niet méér uitbetalen dan de winst om aan de voorwaarde te voldoen.

In dergelijke situaties wordt gekeken naar de belastbare winst van de vennootschap. Ook voor bepaalde jonge vennootschappen bestaan uitzonderingen. De grens van 51.000 euro mag daarom nooit als een losstaand bedrag worden bekeken.

Ook je voordelen van alle aard spelen mee

Niet alleen de hoogte van je bezoldiging verandert. Ook de samenstelling ervan wordt belangrijker.

Als bedrijfsleider bestaat je verloning mogelijk niet alleen uit geld. Misschien heb je via de vennootschap een bedrijfswagen, smartphone, computer of woning die je ook privé gebruikt.

Daarvoor kan een belastbaar voordeel van alle aard worden aangerekend.

Vanaf aanslagjaar 2027 komt er bijkomend aandacht voor de verhouding tussen bepaalde forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard en je totale brutobezoldiging. Om aan de nieuwe bezoldigingsvoorwaarde te voldoen, mogen die voordelen in principe niet meer dan 20% van de totale jaarlijkse brutobezoldiging vertegenwoordigen.

Voor bedrijfsleiders met relatief veel voordelen en een beperkter loon in geld is dat een belangrijk aandachtspunt.

Kijk niet alleen naar je loon

De nieuwe grens van 51.000 euro is daarom een goed moment om je volledige verloning opnieuw te bekijken.

Hoeveel loon heb je privé daadwerkelijk nodig? Hoeveel winst verwacht je vennootschap? Welke voordelen van alle aard ontvang je? Bouw je via de vennootschap een aanvullend pensioen op? Zijn er kostenvergoedingen? En is er ruimte om later een dividend uit te keren?

Het antwoord op die vragen is voor iedere ondernemer anders.

Je bezoldiging verhogen omdat er ergens een nieuwe fiscale grens verschijnt, is dan ook niet noodzakelijk de beste oplossing.

Waarom je dit best nog tijdens 2026 bekijkt

De nieuwe grens speelt vanaf aanslagjaar 2027 en is dus al relevant voor inkomstenjaar 2026.

Wachten tot je accountant de fiscale aangifte van je vennootschap voorbereidt, is daarom niet ideaal. Tegen dan is het boekjaar afgesloten en zijn bepaalde keuzes niet meer of moeilijker bij te sturen.

Het najaar is een goed moment om de verwachte winst van je vennootschap naast je huidige bezoldiging te leggen.

Zit je nog op een bezoldiging die gebaseerd is op de vroegere grens van 45.000 euro? Dan is het zeker zinvol om te laten berekenen wat de nieuwe regels voor jou betekenen.

Dus: moet je je loon verhogen naar 51.000 euro?

De grens van 51.000 euro is geen verplicht minimumloon voor iedere bedrijfsleider. Het is een fiscale drempel die mee bepaalt of je vennootschap van het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting kan genieten.

De juiste vraag is daarom niet: "Hoe krijg ik mijn loon zo snel mogelijk op 51.000 euro?"

Wel: "Welke verloning is voor mij én mijn vennootschap het interessantst?"

Bij Finum Accountants bekijken we daarom het volledige plaatje. We houden rekening met de winst van je vennootschap, je huidige bezoldiging, voordelen van alle aard en de fiscale en sociale impact privé. Zo verhogen we niet zomaar je loon omdat de fiscale grens stijgt, maar bekijken we eerst of dat voor jou ook werkelijk de beste keuze is.

Vragen? Neem gerust contact met ons op.